
De impact van onderwijsonderzoek op de onderwijspraktijk in scholen in beperkt. Het gevolg is dat praktische wijsheid dikwijls de enige bron is voor goed onderwijs geven. Dit betekent dat het onderwijs dikwijls niet goed geborgd is in theorieën en begrippen die reeds onderdeel zijn van een gedeelde kennisbasis over onderwijs en leren. Tevens is het zelden duidelijk waarom sommige strategieën, technieken, methoden en benaderingen in de ene context wel werken, en in de andere niet. Beleidsmaatregelen die zijn bedoeld om bij te dragen aan een oplossing, richten zich dikwijls op het bevorderen van docentonderzoek, zowel in masterprogrammas als in de schoolpraktijk. Maar het is nog steeds onduidelijk welk effect docentonderzoek heeft op die onderwijspraktijk. Een Q-sortvragenlijst wordt afgenomen bij docenten van 5 scholen voor primair onderwijs, 6 scholen voor voortgezet onderwijs en 10 locaties voor middelbaar beroepsonderwijs om na te gaan hoe zij de betekenis ervaren van docentonderzoek voor de onderwijspraktijk. Vervolgens wordt een biografische studie uitgevoerd met 36 studenten (van drie masteropleidingen) om hun ontwikkeling als docentonderzoeker te onderzoeken, vanaf de eindfase van hun masteropleiding tot en met het eerste jaar van hun beroepsuitoefening.

De impact van onderwijsonderzoek op de onderwijspraktijk in scholen in beperkt. Het gevolg is dat praktische wijsheid dikwijls de enige bron is voor goed onderwijs geven. Dit betekent dat het onderwijs dikwijls niet goed geborgd is in theorieën en begrippen die reeds onderdeel zijn van een gedeelde kennisbasis over onderwijs en leren. Tevens is het zelden duidelijk waarom sommige strategieën, technieken, methoden en benaderingen in de ene context wel werken, en in de andere niet. Beleidsmaatregelen die zijn bedoeld om bij te dragen aan een oplossing, richten zich dikwijls op het bevorderen van docentonderzoek, zowel in masterprogrammas als in de schoolpraktijk. Maar het is nog steeds onduidelijk welk effect docentonderzoek heeft op die onderwijspraktijk. Een Q-sortvragenlijst wordt afgenomen bij docenten van 5 scholen voor primair onderwijs, 6 scholen voor voortgezet onderwijs en 10 locaties voor middelbaar beroepsonderwijs om na te gaan hoe zij de betekenis ervaren van docentonderzoek voor de onderwijspraktijk. Vervolgens wordt een biografische studie uitgevoerd met 36 studenten (van drie masteropleidingen) om hun ontwikkeling als docentonderzoeker te onderzoeken, vanaf de eindfase van hun masteropleiding tot en met het eerste jaar van hun beroepsuitoefening.
<script type="text/javascript">
<!--
document.write('<div id="oa_widget"></div>');
document.write('<script type="text/javascript" src="https://www.openaire.eu/index.php?option=com_openaire&view=widget&format=raw&projectId=nwo_________::5e91e850127cd21dbeb3f93cfb27d220&type=result"></script>');
-->
</script>