
doi: 10.1007/bf01981380
A macrotest was developed to screen rapidly many genotypes ofLactuca in the greenhouse for resistance toMyzus persicae. In this test the estimated number of aphids on certain leaves of plants artificially exposed to aphid infestation was representative for the total number of aphids per plant. Significant differences in resistance between genotypes were observed and several partially resistant PIVT numbers were found among 645 accessions tested in 1973 and 1974. Also a microtest with leaf cages was developed in which biomass after seven to eight days of larval development and net larvae production during four to seven days functioned as criteria of resistance. Besides differences between genotypes, also within plants and between plants of the same genotype significant differences were found to occur. After testing nineteen genotypes with different levels of resistance it appeared that there was a clear relationship between results from both types of tests. In augustus 1973 en mei 1974 zijn 645 PIVT-nummers uit de IVT-slagenenbank in de kas getoetst op resistentie tegen de bladluisMyzus persicae. Voor het opsporen van resistentie is een methode ontwikkeld om in korte tijd grote aantallen genotypen te kunnen verwerken. Deze macrotoets berust op een uniforme verdeling van een bladluispopulatie, ontstaan na kunstmatig blootstellen aan bladluisaantasting, over de te toetsen planten en op een snelle en betrouwbare schatting van de aantallen luizen per plant ongeveer vier weken na het opbrengen van de luizen (Fig. 1). Zowel in 1973 als in 1974 zijn significante verschillen in resistentie gevonden (Tabel 1). Het aantal bladluizen varieerde in deze jaren van 14 tot 74 resp. van 10 tot 83 per blad. De betrouwbaarheid van de macrotoets werd onderzocht door bij negentien genotypen met een verschillend resistentieniveau zowel tellingen als schattingen uit te voeren (Tabel 2, Fig. 3, 4 en 5). Voor het uitvoeren van een genetische analyse en een praktisch gericht veredelingsprogramma is het noodzakelijk de resistentie van individuele planten kwantitatief te kunnen bepalen. Hiervoor is een microtoets ontwikkeld waarbij een aantal voor de populatiegroei bepalende factoren, zoals larvale gewichtstoename (biomassa) en larvenproduktie gedurende 4–7 dagen, als resistentiecriteria fungeren. De luizen worden bij deze microtoets in eenvoudige, goedkope en gemakkelijk hanteerbare klemkooitjes op het blad geplaatst (Fig. 2). Zowel tussen genotypen alsook tussen en binnen planten van eenzelfde genotype werden significante verschillen geconstateerd (Tabel 3, 4, 5, 6 en 7). De macro- en microtoets zijn met elkaar vergeleken op negentien geselecteerde genotypen met een verschillend resistentieniveau (Tabel 8). De resultaten van beide methoden komen goed overeen zoals blijkt uit de goede correlatie tussen biomassa na 7 dagen en het aantal bladluizen per blad (r=0,80) en tussen de aantallen luizen en netto produktie over 4 dagen (r=0,83) (Fig. 6 en 7). Ook de correlatie tussen biomassa en netto larvenproduktie was sterk (r=0,94) (Fig. 8).
Life Science
Life Science
| selected citations These citations are derived from selected sources. This is an alternative to the "Influence" indicator, which also reflects the overall/total impact of an article in the research community at large, based on the underlying citation network (diachronically). | 13 | |
| popularity This indicator reflects the "current" impact/attention (the "hype") of an article in the research community at large, based on the underlying citation network. | Average | |
| influence This indicator reflects the overall/total impact of an article in the research community at large, based on the underlying citation network (diachronically). | Top 10% | |
| impulse This indicator reflects the initial momentum of an article directly after its publication, based on the underlying citation network. | Average |
