
doi: 10.1007/bf01976349
Crowding of L3, L4 and apterous adults ofSitobion avenae results in an increase in production of alate offspring. Crowding of L1 and L2 results in a slight increase in their number becoming alatae. Fewer alatae are produced by apterae on ears before and during flowering than in later ear developmental stages or on seedling leaves. On ears before and during flowering reproduction was higher than on the leaves and later ear growth stages. Brown forms often produce alatae less readily than green forms. Voor de ontwikkeling van populatiemodellen voor de graanbladluis is het noodzakelijk de achtergrond van emigratie te kennen. Hiertoe werden de factoren die het ontstaan van gevleugelden veroorzaken bestudeerd. Bij L1 en L2 was een postnataal effect van ‘crowding’ aanwezig waardoor hieruit meer gevleugelden ontstonden (Tabel 2). Bij L3, L4 en volwassen bladluizen werd een prenataal effect geconstateerd (Tabellen 3 en 4). Het ontstaan van gevleugelden werd sterk beinvloed door het ontwikkelingsstadium van de waardplant (Tabel 5). Op de aar voor en gedurende de bloei produceerden solitair gekweekte ongevleugelden minder gevleugelde nakomelingen dan op het blad of op latere ontwikkelingsstadia van de aar. Op deegrijpe aren werden vrijwel uitsluitend gevleugelde nakomelingen geproduceerd en de reproduktie nam dan sterk af. Solitair gekweekte gevleugelde bladluizen hadden op alle plantstadia alleen ongevleugelde nakomelingen (Tabel 6). Bruine vormen vanS. avenae hadden onder invloed van ‘crowding’ vaak minder gevleugelde nakomelingen dan groene (Tabellen 7 en 8). Het ontwikkelingsstadium van de waardplant geeft waarschijnlijk de beste aanwijzingen voor het voorspellen van de emigratie.
Crowding, host plant, colour form
Crowding, host plant, colour form
| selected citations These citations are derived from selected sources. This is an alternative to the "Influence" indicator, which also reflects the overall/total impact of an article in the research community at large, based on the underlying citation network (diachronically). | 11 | |
| popularity This indicator reflects the "current" impact/attention (the "hype") of an article in the research community at large, based on the underlying citation network. | Average | |
| influence This indicator reflects the overall/total impact of an article in the research community at large, based on the underlying citation network (diachronically). | Top 10% | |
| impulse This indicator reflects the initial momentum of an article directly after its publication, based on the underlying citation network. | Average |
